5. Pivoteren

 

Aan de hand van de interactie die je tijdens de ingreep hebt leer je erg snel welke dingen wel en welke niet werken. Zodra je het idee krijgt dat je je ingreep moet aanpassen kun je pivoteren. Je verandert daarmee het scenario door kleine of grote aanpassingen door te voeren. Zo kun je met dezelfde middelen verschillende scenario’s neerzetten.

 

 

Richtlijnen

1. Ga steeds na in hoeverre je ingreep je helpt bij het behalen of benaderen van je doel, Moet je je ingreep aanpassen? 

2. Gebruik de context zelf en de mogelijkheden die al aanwezig zijn.

3. Gebruik je empathie om te bedenken hoe je verder kunt.